
Foto: Kizzy Van Horne (Het Nieuwsblad)
Lommelaar Luc Morren is van vele markten thuis. Naast choreograaf voor o.a. Imago Tijl, docent bij o.a. Balletschool Pantarei en bezieler van Compagnie De Vleesklak is hij ook auteur. Dit voorjaar verscheen zijn novelle Classe de danse. De bib stelde Luc Morren enkele vragen over het boek, dat u vanzelfsprekend ook in de bib vindt. Het boek kan u trouwens online kopen bij Boekscout.
Is dit het begin van, naast een dans-, choreografie- en lerarencarrière, ook een schrijverscarrière?
Luc: Er zitten altijd wel verhalen in mijn hoofd, waarvan ik ook dankbaar gebruik maak tijdens mijn lessen en in mijn choreografieën. En schrijven is een hobby. Zo één die niet moet en waaraan je kan beginnen als je er zin in en tijd voor hebt.
Op dit moment dolen er nog wat losse verhalen in mijn hoofd, die erom vragen om eruit te komen. Of dat lange verhalen of kortverhalen zijn, dat staat nog niet vast. Gewoonlijk krijgen ze echt vorm als ik aan het schrijven ben. Dus ik wil nog wel schrijven, maar om nu te zeggen dat er binnen afzienbare tijd weer een novelle komt, dat weet ik nu nog niet. Als ik de tijd heb, begin er wel weer aan, maar eerst de andere opdrachten en projecten afwerken en mijn tijd ook verdelen naar mijn gezin. Eerlijk gezegd kriebelt het alweer een beetje om te beginnen.
Waarom verwijst de titel naar het gelijknamige schilderij van Edgar Degas? Of is het toeval?
Luc: Het is absoluut geen toeval dat het boek naar het schilderij van Degas genoemd is. Het was ook de titel van ons straattheaterstuk, dat we gemaakt hebben voor de 1e editie van Beeldig Lommel, dat gebaseerd was op dat schilderij en op die tijd. De belle epoque. Dansen was in die tijd nog een beroep dat een negatieve bijklank had. Als je dochter danste, dan stond ze niet ver van de prostitutie af, werd er gezegd.
Anderzijds was het ook zo dat dansen (een beetje nog zoals heden) een slecht betaald beroep was. Enkel de wereldberoemde danseressen verdienden zeer goed hun kost, Anna Pavlova bijvoorbeeld. En de man was tijdens de romantiek op de achtergrond geraakt. Hij diende enkel nog om de danseres te ondersteunen. Daardoor werd het een ‘vrouwelijk’ beroep.
Om wat bij te verdienen hadden heel wat danseressen een mecenas. Maar daar stond soms ook een betaling in nature tegenover, want vaak waren het hun maîtresses. Vandaar dus dat de prostitutie niet ver weg was voor sommigen. Wie kwam als mecenas in aanmerking: wie geld en standing had natuurlijk! In het theaterstuk en dus ook in het boek, proberen meisjes rijke mannen te verleiden en de mannen hebben er oren naar, maar als de meisjes uiteindelijk moeten kiezen tussen een man of de dans, kiezen ze toch voor de dans.
De mannen komen ook ‘toevallig’ bij de meisjes, hoewel ze een avontuurtje willen, hadden ze niet direct danseressen voor ogen.
Je zou kunnen zeggen dat ik een verhaal heb geschreven achter het schilderij. Ik bedoel, wat is er in dat lokaal al ooit gebeurd? En vooral waar denken die meisjes aan op het moment dat ze geschilderd werden. Welk meisje heeft er al een avontuur beleefd?
De kostuums van het theaterstuk zijn bvb ook geïnspireerd op schilderij, maar ik heb ze wat “gemoderniseerd”, zodat het toch een eigentijds stuk geworden is.
En spreekt de dansklas voor velen ook niet tot de verbeelding? Voor Degas waarschijnlijk wel. Hij heeft er toch tal van schilderijen over gemaakt.
Het boek heeft geen hoofdstukken. Het lijkt alsof je het boek in één stuk geschreven hebt, dat je het eigenlijk helemaal in je hoofd had?
Het boek is een vervolg op het straattheaterstuk. Dus het scenario was volledig af toen ik eraan begon. Dat scenario heb ik als geraamte gebruikt. Ik hoefde het alleen nog maar in te vullen, de kapstok te behangen. Het beschrijft ongeveer één dag uit het leven van de 5 protagonisten. Hoofdstukken vond ik dan overbodig. Indien het om een langere tijd ging, had ik dat wellicht wel gedaan.
Ik heb het theaterstuk beschreven en het parallelle verhaal, dat zich een onbepaalde tijd eerder afspeelt, ook echt parallel laten verlopen. Soms lijkt het dus alsof je 2 keer hetzelfde beleeft, maar één keer als jonge heer en één keer als ‘vergane glorie’. De tijd lijkt stil te blijven staan voor de hoofdpersonages. Doordat ik er toch verschillende weken over gedaan heb om het te schrijven, kon ik rustig de scènes invullen. Soms wist ik ’s avonds niet wat er moest volgen, maar na een nachtje slapen en het verhaal nog eens door mijn hoofd te laten dwalen, kwam de volgende scène toch steeds vlug. Het is zo’n beetje als een choreografie schrijven. Soms denk je, zou ik die arm nu naar boven laten gaan, of naar opzij, … Ik kan dan geen keuze maken, maar even later zie je weer wat het mooiste is.
Omdat de stappen van A tot Z al uitgezet waren, moesten alle scènes logisch op elkaar volgen. Een zijsprong maken wilde zeggen dat ik weer op het pad moest komen. Af en toe heb ik geprobeerd de lezer op een dwaalspoor te zetten door er een personage of een situatie in te voegen die op het eerste zicht verder niet van belang lijkt. Het om de tuin leiden is ook wat de heren bij de meisjes doen en zeker ook omgekeerd.
Iemand die wat van opera kent zal ook de opera waar de heren naar toe gaan herkennen. En misschien herkennen ze de beschreven gebouwen en stad ook wel, wie weet.
Dank je wel voor dit gesprek Luc. Heel veel succes met al je bezigheden !