(Wegens de grote verhuis naar Gent, ontleen ik de laatste tijd minder en minder dvd’s en boeken uit de Lommelse bibliotheek. Maar omdat ik toch nog een bijdrage wil leveren aan deze blog, ga ik iets schrijven over nieuwe films, degene die ik zag in de bioscoop. Mochten ze ooit in de bibliotheek verschijnen, dan heeft u misschien nog iets aan een recensie.)
Dat Kate Winslet een slechte actrice is, dat zal je me niet horen zeggen. Ze heeft immers al enkele keren bewezen dat ze toch wat in haar mars heeft (in Eternal Sunshine of the Spotless Mind, bijvoorbeeld). Maar dat ze allerlei nominaties en prijzen krijgt voor haar rol in Revolutionary Road, dat vind ik nu toch iets te ver gaan. Oké, ik moet toegeven dat ik één enkele keer heb gedacht van “Hm, die vrouw kan acteren”, maar mocht ze een Oscar winnen, dan enkel wegens gebrek aan beter.
De vele positieve reacties die de film uitlokt, lijken me ook een beetje overdreven. Het is een goed drama, maar het einde vond ik ronduit stom. Ik had het anders verwacht. Anders gehoopt, eigenlijk. Aan mijn verwachtingen werd niet voldaan.
Het hele verhaal speelt zich af binnen een doodgewoon gezin. De middenmoot. Maar vroeger hadden ze plannen. Ze zouden naar Parijs gaan, ze waren speciaal, anders dan de rest. April is niet gelukkig. Ze wil de dagelijkse sleur ontvluchten en naar de Franse hoofdstad verhuizen. Droom wordt (bijna) werkelijkheid, maar dan krijgt hij promotie, en is zij zwanger. En het einde is — zoals ik al zei — stom.